Menu icoontje menu

Kennisbank
Buitenspelen - spelletjes voor straat, bos en strand

Veiligheid

Veiligheid vooraf
Enig risico is niet te vermijden, zolang het gaat om aanvaardbaar risico, ook wel ‘risky play’ genoemd. Het verkennen en verleggen van je eigen grenzen en het omgaan met risicovolle activiteiten is een belangrijk ontwikkelingsdoel voor kinderen.

Tips

  • Kies het speelterrein zorgvuldig (verkeer, water, prikkeldraad, brandnetels, kuilen, e.d.).
  • Begrens evt. het speelterrein, bijv. alleen op de stoep, tot het bospad.
  • Bij regenachtig weer: is het glad? 
  • Verder van huis?  EHBO - koffer, incl. tekentang.
     
Veiligheid aan het begin van het spel
Als de deelnemers eenmaal aan het spelen zijn, is het soms lastig hen nog te bereiken.
Tips
  • Loop evt. voor het spel een rondje door het speelterrein en benoem herkenningspunten.
  • Spreek een verzamelpunt af.
  • Spreek een duidelijk begin- en eindsignaal/verzamelsignaal af.
  • Tel voor én na het spel het aantal deelnemers.

Veiligheid na het spel
Tips
  • Laat de kinderen zich goed controleer op teken. Verwijder de teek en omcirkel met stift de plek (voor ouders om in de gaten te houden).
  • Geef ouders evt. een infoblad over tekenbeten mee.

Opbouw van de spelen

Tips

  • Begin met verkenningsspelen, zoals verzamelopdrachten en verstop- en zoekspelen.
  • Als de deelnemers het terrein goed genoeg kennen, ook tikspelen en ren spelen.
  • Speel eerst eenvoudigere spelen/varianten en daarna moeilijkere
  • Speel het spel eerst op een grasveld/open ruimte.  Spel duidelijk, dan in het bos.
  • Voor tik/renspelen is een open bos geschikter.
  • Voor zoek/verstop/sluipspelen is een dichter begroeid bos geschikter.

Verkenningsspelen

Spel 1 - Verkenningstocht
Samen het speelgebied bekijken.

Spel 2 - Zoekspel met tweetallen
Ieder zoekt apart een natuurvoorwerp.
Daarna zoeken ze hetzelfde als de ander.

Spel 3 - Zoekspel met tweetallen
Nr. 1 verstopt zich, nr. 2 zoekt.  Daarna andersom.

Spel 4 - Zoekspel met tweetallen en verplaatsen
Als spel 3, maar nu mag de verstopper zich ook verplaatsen.

Spel 5 - De hoogste takkenberg
Welke groepje kan in …. minuten de hoogste berg maken van takken.

Spel 6 - Het natuurkunststuk 
De groepjes krijgen …. minuten de tijd om voorwerpen te zoeken. 
Is de tijd voorbij, krijgen de groepjes nog … minuten om er een kunstwerk van te maken.

Verstop- en zoekspelen

Spel 1 - Blikspuit

  • Er is één zoeker.  De rest verstopt zich. 
  • Er ligt één bal in het midden bij een open ruimte als ‘buut’.  
  • Als een verstopper eerder bij de bal is dan de zoeker en de bal wegtrapt, zijn alle gevonden kinderen weer vrij.  
  • Als de bal 2x weggetrapt is = einde spel = nieuwe zoeker.

Spel 2 - Memorie
  • Er worden 2 groepen gemaakt. 
  • De kinderen van groep 1 trekken een memoriekaartje en verstoppen zich.  
  • De kinderen van groep 2 trekken een bijbehorende kaartje en proberen zo snel mogelijk hun partner (zelfde memoriekaartje) te vinden.  
  • Daarna de rollen omdraaien.

Spel 3 - Dierengeluidenspel
Werkbladen met 5 en 10 dieren: zie Download
  • 5 tot 10 kinderen worden de 5 tot 10 dieren van de kaart en verstoppen zich in het bos.  
  • Welke zoekers hebben als eerste van alle dieren een krabbel?
  • Spreek af of de dieren in de volgorde van de kaart gevonden moeten worden of niet
  • Spreek af of de dieren zich mogen verplaatsen of niet.
Spel 3a – Ze maken het bijbehorende dierengeluid en zetten een krabbel als ze gevonden worden.
Spel 3b – Ze laten het geluid pas horen als ze gevonden zijn.

Tikspelen 1

Spel 1 - Boompje verwisselen

  • Iedereen heeft een boom vast, Eén speler niet. 
  • Probeer van boom te wisselen
  • De speler zonder boom probeert eerder bij een boom te zijn als de wisselaars.
  • Lukt dat dan staat een nieuwe speler in het midden zonder boom. 
  • Kan ook met pylonen, deurmatjes, tapijttegels, etc.

Spel 2 - Dierentuinspel 
  • Maak 2 of 3 groepen.
  • De groep met lintjes om zijn ontsnapte dieren.
  • De verzorgers proberen ze te tikken.
  • Daarna de rollen omdraaien.
  • Bij 3 groepen zijn 2 groepen dieren en 1 groep oppassers.

Spel 3 - Knijperspel
  • Maak 2 of 3 groepen.  
  • Eén groep loopt met knijpers aan de kleren in het bos.
  • De andere groep(en) probeert de knijpers te pakken te krijgen.  
  • Na …. minuten wisselen van rol.  
Variatie 1 - Niet knijpers van de kleren roven, maar juist erop zetten.
Variatie 2 - Met meerdere kleuren knijpers en 3 groepen.
  • wit moet blauw roven
  • blauw moet rood roven
  • rood moet wit roven

Tikspelen 2

Spel 4 - Water – Spons – Vuur (of Olifant – Muis – Leeuw)
Kaartjes bij het spel: zie Download

  • Spons is verslaat Water   (opzuigen)
  • Water verslaat Vuur         (blussen)
  • Vuur verslaat Spons         (verbranden)

  • Olifant verslaat Leeuw
  • Leeuw  verslaat Muis
  • Muis verslaat Olifant 

Spel 4a - met paperclips
  • Iedereen krijgt bij het verzamelpunt 1 kaartje met paperclip opgespeld en gaat het speelveld in. 
  • In het speelveld besluipen ze elkaar en proberen te tikken.  Van enige afstand moet te zien zijn, wat hun kaartje is.
  • Als ze verloren hebben, geven ze hun paperclip aan degene die wint en halen ze een nieuwe paperclip bij de leiding. 
  • Als alle paperclips op zijn is het spel afgelopen.  Wie dan de meeste paperclips heeft, heeft gewonnen.

Spel 4b - zonder paperclips
  • Iedereen krijgt bij het verzamelpunt 1 kaartje in de hand en gaat het speelveld in. 
  • In het speelveld besluipen ze elkaar en proberen te tikken.  
  • Bij dit spel weet je niet wat voor kaartje de ander heeft. Ze vragen aan elkaar wat ze hebben... en kijken zo wie er heeft gewonnen. 
  • Als ze verloren hebben geven ze hun eigen kaartje aan degene die wint en halen ze een nieuw kaartje bij de leiding. 
  • Bij gelijke kaartjes gebeurt er niets. 
  • Als alle kaartjes op zijn is het spel afgelopen. Wie dan de meeste kaartjes heeft, heeft gewonnen.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Copyright 2021 Alles in Beweging